Subsidieregeling extramurale behandeling

Overheveling subsidieregeling extramurale behandeling

Per 1 januari 2021 is de extramurale behandeling die als subsidieregeling onder de Wet langdurige zorg (Wlz) werd uitgevoerd verder overgeheveld naar de Zorgverzekringswet (Zvw). Met de eerdere overheveling per 1 januari 2020, komt daarmee de uitvoer hiervan per 1 januari 2021 volledig te liggen bij de zorgverzekeraars.

Wij willen u verzoeken de declaraties (AW319) uiterlijk op 23 februari 2021 bij ons aan te leveren.

Wij zullen u daarna zo spoedig mogelijk de verantwoording (per e-mail) van de subsidieregeling sturen, zodat wij ook tijdig de gegevens bij het Zorginstituut Nederland kunnen indienen.

Meerzorg

Heeft uw cliënt een complexe zorgvraag? Dan komt deze wellicht in aanmerking voor aanvullende zorg bovenop het zorgprofiel. Dit heet meerzorg.

Meerzorg aanvragen

Aanpassing tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling in verband met omzetderving COVID-19

Hiernaast vindt u informatie met betrekking tot aanpassing tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling in verband met omzetderving COVID-19.

Downloads tijdelijke subsidieregeling

Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling in 2020

Bijgaand vind u het beleid betreffende de tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling 2020.

In de kamerbrief van 27 mei is aangegeven dat deze subsidieregeling vanaf 2021 zal komen te vervallen. Deze zorg zal onder de noemer geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP) in het Zvw basispakket worden ondergebracht. De gewijzigde Tijdelijke subsidieregeling EB wordt in 2020 voor het laatste jaar nog uitgevoerd en bekostigd door zorgkantoren in opdracht van het ZiNl. Het ZiNl gaat daarvoor een subsidierelatie aan met zorgkantoren, waarbij de zorgkantoren vervolgens een overeenkomst sluiten met de zorgaanbieders voor de levering van extramurale behandeling.

Voor 2020 wordt door VWS €65 miljoen beschikbaar gesteld voor de Tijdelijke Subsidieregeling EB. Dit plafond wordt over de zorgkantoren verdeeld op basis van de gedeclareerde zorg over het eerste halfjaar van 2019 minus de omvang uitgegeven aan de prestaties behandeling SO en AVG.